Hoe opkomend is drijvende PV in Nederland?

Elke week verschijnen er publicaties over weer een groter drijvend zonnepark dat in gebruik wordt genomen. En ook in Nederland komen er projecten aan die makkelijk mee kunnen doen in de World League van drijvende zonneparken. Het aangekondigde 100 MWp project bij De Slufter in Rotterdam is daar een goed voorbeeld van. Maar waar staat Drijvende PV als technologie en markt, en wat zijn de randvoorwaarden voor succes?

Een marktrapport van wereldwijd onderzoeksbureau Wood Mackenzie meldt een gemiddelde marktgroei van 22% jaar-op-jaar van 2019 tot 2024. Tegelijkertijd neemt de schaal van de projecten toe. Momenteel staat de top 6 van projecten al garant voor 700 MWp aan geïnstalleerd vermogen, met China op kop. Ook de andere landen in West-Azië hebben al projecten van deze orde aangekondigd. Waar laat dit Nederland als leidend land op het gebied van water in combinatie met duurzame energieopwekking? Voorbeelden zijn het Nationaal Consortium Zon op Water en recent de proef op het Oostvoornse Meer in het Fieldlab Groene Economie Westvoorne.

Deze initiatieven dienen enerzijds om innovatie te bevorderen en anderzijds om kennis te delen over de verschillende systeemvarianten en hun effectiviteit. Als we ons richten op de systemen voor de binnenwateren, dan zijn er de statische systemen in een Zuid-opstelling of een Oost-West-opstelling. Als het gaat om het installeren van zoveel mogelijk geïnstalleerd vermogen per gebied, lijkt de Oost-West opstelling de voorkeur te hebben. De nog innovatievere variant is het dynamische en zonvolgend systeem. Volgens de universitaire onderzoeksmodellen van de Technische Universiteit Delft kan de meeropbrengst oplopen tot 35%. De uitdaging hierbij is om het eiland met de zon mee te laten draaien en tegelijkertijd een goede verankering te garanderen. Beproefde voortstuwingstechnologieën met elektrische schroefmotoren lijken hier de voorkeur te hebben.

Maar wat is doorslaggevend voor het succes van Drijvende PV? Nederland bekijkt hoe de doelstellingen van de energietransitie kunnen worden gehaald. Er is een sterke voorkeur voor PV op daken en een toenemende weerstand tegen het opofferen van landbouwgrond. Waterlocaties met een lagere ecologische waarde als zand- en grindwingebieden lijken de ideale alternatieven. In combinatie met aansluitmogelijkheden op het openbare net en een adequate SDE stimulering kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de Nederlandse energietransitie. De mate waarin dit door de overheid wordt gestimuleerd en gefaciliteerd bepaalt de mate waarin Nederland zich als waterland met trots koploper mag noemen op het gebied van Drijvende PV.

Delen: